Afscheid in de verfwinkel

In 2002-05, toen mijn eerste prentenboeken uitkwamen, schreef ik ook stukjes over ons gezinsleven in Princeton, die nooit zijn gepubliceerd. Dit schreef ik  over mijn moeder, die in januari 2004 te horen kreeg dat ze niet lang meer te leven had en een week later een bezoek bracht aan de verfwinkel.

2004

Photo van Hildegard
Hildegard van Rossum-Poelmann 1931-2004

Mijn moeder van 72 heeft kanker. Ze was er heel snel bij maar er is al niks meer aan te doen. Ze kunnen alleen nog maar ‘rekken’. Al een dag na de vreselijke diagnose hebben mijn ouders besloten dat ze alleen maar kiezen voor pijnbestrijding. “Als ik moet kiezen tussen kwantiteit en kwaliteit dan kies ik voor het laatste” zegt mijn moeder flink. “Ik wil kunnen genieten van de laatste maanden die ik nog met jullie heb.”

Hoe lang dat is weten we niet, maar mijn moeder–een enorme realist–denkt in maanden. Als ik over wil komen dan kan ik dat maar beter nu kan doen, zegt ze praktisch, nu ze nog ‘goed’ is. Die lang geplande DVD speler moet nu dan ook maar worden aangeschaft. Dat geeft wat afleiding voor als ze bedlegerig wordt en dat is ook fijn later voor mijn vader.

Een week later zit ik in het vliegtuig. Rob zorgt voor de kinderen. “We gaan niet de hele tijd huilen hoor!” zegt mijn moeder door de telefoon. “We gaan het ook heel gezellig hebben”.

Mijn broer haalt me op van Schiphol. Onderweg halen we bij mijn zus een extra plank op voor het televisiekastje. Als we rond koffietijd bij mijn ouders aankomen staat er al gebak klaar.

Mijn moeder is nog knuffeliger dan gewoonlijk. Het is nog niet aan haar af te zien dat ze ongeneeslijk ziek is, ze lijkt nog steeds onverwoestbaar. “Kom meid” zegt ze ‘s middags. “We lopen even de stad in. Ik wil zo lang mogelijk in beweging blijven. En ik heb beits nodig, voor de nieuwe plank”.

Mijn moeder–nogal een doe-het-zelver–is al twintig jaar lang een goede klant bij de verfwinkel, een ouderwets klein familiebedrijf. Vader Piet is niet aanwezig maar beide zonen zijn er wel. “Dag mevrouw van Rossum” roepen ze hartelijk, want mijn moeder, met haar rode jasje en grijze haar, is in de buurt erg geliefd. “Hoe gaat het ermee?”

Dit is de eerste keer dat haar die vraag gesteld wordt sinds het slechte nieuws. Ik ben blij dat ze het niet heeft gehoord en meteen vrolijk pratend naar de potten beits is doorgelopen. Maar de vraag wordt bij het afrekenen nog eens herhaald. “En hoe gaat het met u?”

Mijn moeder, die zo goudeerlijk is dat ze zelfs een leugentje om bestwil niet over haar lippen kan krijgen, aarzelt even. “Tja” zegt ze dan. “Eigenlijk niet zo goed. Ik heb vorige week gehoord dat ik niet meer zo lang te leven heb.” En ze vat kort en bondig samen hoe de zaken ervoor staan.

De mannen luisteren ontdaan.

“Dus ik denk eerlijk gezegd” zegt mijn moeder, bijna verbaasd om zich heen kijkend, “dat ik jullie niet meer zal zien”. En ze steekt haar hand uit naar de oudste zoon. Die weet zich nog net te vermannen en pakt haar schouders beet voor een dikke zoen op beide wangen. De andere zoon buigt zich voorover en drukt een kus op haar hand, waarschijnlijk om zijn gezicht te verbergen.

Ook mijn ogen staan vol tranen. Ik steek ter afscheid mijn hand op want “Tot ziens” lijkt nu niet zo op zijn plaats. Dan loop ik mijn moeder achterna, die het winkeltje al uit is.

“Zo” zegt ze tevreden. “Daar heb ik toch maar mooi drie zoenen te pakken”.

Ik slik de brok weg in mijn keel. “Moeder” zegt ik. “Je bent geweldig. Maar ik hoop niet dat je op deze manier afscheid zult nemen van alle winkeliers. Niet iedereen kan dat aan!

Author: Heleen van Rossum

Heleen is an internationally-published children's book author with a passion for using stories to encourage imagination and make history come alive. Her most recent picture book, The Best Mom in the Universe, was recently published in the Netherlands, and she is currently working on a young adult novel. She lives with her family in New Jersey.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *